Ethiek, technologie en de volmaakte samenleving

door Denkerij®

Verdeeld over een aantal televisieavonden heeft Bas Heijne het wetenschappelijk en filosofisch spoor gevolgd, dat leidt naar de pogingen tot vervolmaking van de mens door technologie. De ‘Volmaakte Mens’ zal een technologisch hoogstandje worden dat: ouderdom heeft overwonnen, medisch fysiologisch te repareren blijft, met breinaanpassingen verlost is van psychisch lijden, genetisch te predestineren, door robots bevredigd in alle mogelijke behoeften, maar uiteindelijk overheerst door een algoritmische superintelligentie als resultaat van een technologisch evolutieproces. Exit mens!

Dit soort eschatologische bespiegelingen die het einde van de mens aankondigen, zijn eigenlijk niet erg interessant. Technologie en techniek zijn van grote invloed op de mens en de menselijke samenleving. Techniek heeft in heel veel opzichten bijgedragen aan het verbeteren van de menselijke levensomstandigheden. Maar, zal dat technologische verbeteringsproces ook het ultieme middel blijken voor het creëren van een optimale en dus volmaakte samenleving? Daarvoor zullen we toch eerst moeten vaststellen wat een volmaakte samenleving is. Of misschien moeten we wel vaststellen dat een volmaakte samenleving onhaalbaar is, zoals in een van de betekenissen van utopie; geen plaats.

Stel dat de samenleving toch te verbeteren is, hoe doen we dat dan? Puur technologisch? Zijn wij daarbij dan nog in staat om het middel techniek naar onze hand te zetten? Is de technologische vooruitgang niet dermate dwingend vanuit zichzelf, dat ze voor ons onbestuurbaar en onbeheersbaar wordt? Is zoiets als het mondiale financiële systeem inderdaad een vehikel zonder cockpit en piloot? Schept dat systeem geld als een dolgedraaide machinerie die continu kapitaal produceert? Is er iets of iemand die de vraag stelt of er een wezenlijke behoefte is? Of moet de geldproductie en het daaruit volgende ‘verschulden’ van de ‘muppets’ van deze wereld doorgaan, omdat het financiële systeem zichzelf in stand moet houden? De technologie lijkt in hoge mate te vervreemden van haar oorspronkelijke status als hulpmiddel om de schaarste op te heffen en voor het lenigen van primaire behoeften. Doorgedreven efficiënte productietechnieken gaan gepaard met uitgekiende marketingtechnologieën om behoeften te creëren, die het doordenderende aanbod moeten slijten zodat het productiesysteem in stand kan blijven. Zou de economisch gedreven samenleving waar iedere waarde noodzakelijk een prijs heeft, zich kunnen heroriënteren?

Met andere woorden, zouden we een samenleving kunnen vervolmaken op basis van meer ethische waarden en uitgangspunten? Een samenleving die niet uitgaat van het ‘homo hominem lupus est’ waarin het eigenbelang alleen kan worden gemuilkorfd door contracten? Het klinkt bijna als een mierzoete romantische komedie om te veronderstellen dat de empathische driften van de menselijke soort opgewassen zouden zijn tegen hebzucht of bezitsdrang. En toch, is de basis van bijna alle samenlevingen altruïstisch georganiseerd? In bijna geen enkel gezin vindt er een directe kosten baten verrekening plaats. Als relaties worden ingevuld op basis van een waarde beleving waaraan niet direct een prijs gekoppeld is, hebben we te maken met een fundamenteel andere setting dan een puur economische. Er overheerst dan niet uitsluitend het marktprincipe, dat de waarde van iets bepaalt in een gerealiseerde prijs. Waarden die we veelal het meest waarderen zoals zorg, vriendschap, vertrouwelijkheid, gastvrijheid, hulpvaardigheid enzovoort, leveren we of wisselen we uit zonder directe prijsbepaling en verrekening.

Een minimale extrapolatie vanuit die situatie naar een groter domein dan de enge ‘inner circle’ van je directe naasten, zou een enorme impact hebben op de kwaliteit van de samenlevingen. In moreel ethische zin zou er dan sprake zijn van een verschuiving in het grondconcept van de samenleving. Het primaat van de economische en technologische productiviteitsdrang die zorgt voor het vermeerderen van bezit en het opdrijven van consumptie, wordt verlegd. Het grondbeginsel voor het welvaren en welzijn van een samenleving keert terug naar de morele principes van de verlichtingsfilosofen en de eerste economen zoals Adam Smith, die eigenlijk moraal filosofen waren.

Terug van de bespiegeling naar de praktische realiteit. Kan die terugkeer nog wel? Hebben we als burgers nog wel de macht om veranderingen in de economische inrichting van onze samenleving aan te brengen? Is de macht van het financiële apparaat, het bestuursapparaat, het belang van de gigabedrijven zoals de energie-, farmacie- en technologieconcerns nog wel democratisch controleerbaar? Hebben we niet een nieuwe adelstand aan de bovenkant van de samenleving gecreëerd in de vorm van technocratisch gedreven systemen, die een eigen en dwingende dynamiek hebben, die de richting en inrichting van de samenleving bepaalt? In hoge mate wel. Maar als het gevaar het grootst is, is redding nabij. Een samenleving kan ferme stappen maken tegen de heersende gebruiken en belangen. Zo werd de slavernij afgeschaft op puur morele gronden, nadat deze meer dan 200 jaar was geaccepteerd. Kunnen we dat nu ook door het geldscheppend systeem van het genereren van schulden te beperken? Bijvoorbeeld door de hefboomwerking bij banken wettelijk in te dammen zoals dat tot de jaren 90 het geval was? Of wetten uitvaardigen die het onmogelijk maken dat er beloningsverschillen zijn, waardoor een CEO 300x de mediane beloning binnen zijn bedrijf,ontvangt? Of verhinderen dat de CEO van Lehman 400 miljoen uitgekeerd krijgt na het faillissement van zijn bedrijf?

Technologie is niet wat de mens volmaakt maakt en ook niet de samenleving. Technologie is een hulpmiddel. De principes voor verbetering van de mens en de samenleving berusten op ethische ideeën en overtuigingen die voorafgaan aan de praktijk van het menselijke handelen. Dat handelen dient juist genormeerd te worden door morele beginselen, zoals de gelijkwaardigheid van allen. Die waarde is logisch en feitelijk toetssteen van de praktijk van de samenleving. Voor het slagen van dit moeizame traject is geen tijdslimiet gegeven. De haalbaarheid ervan lijdt ook onder het adagium: tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren. Maar de wetten zouden we in ieder geval zelf moeten kunnen en willen bepalen.