Een korte bespiegeling over het nominalisme.

In de vroege Middeleeuwen (ca. 500 AD) waren er in heel Europa al veel kloosters. Het leven in die kloosters bestond voor een groot deel uit contemplatieve activiteiten. Benedictus van Nursia (486 – 547) bracht daar meer structuur in door het opstellen van de ‘regula Benedicti’. Die regels schreven aan de kloosterlingen voor om hun dag te verdelen in bidden, werken en rusten in gelijke periodes van acht uur. Dit frame van Ora et Labora was zeer succesvol en wordt tot op de dag van vandaag in het kloosterleven gehanteerd.

Maar zoals met alle regelsystemen kwamen de ‘regula Benedicti’ onder druk te staan omdat een gedisciplineerd en een streng aan regels onderworpen bestaan het kloosterleven zwaar maakte. In de 12e eeuw ontstond een hervormingsbeweging onder leiding van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) die het belangrijk vond dat de oorspronkelijke regels van Benedictus weer binnen het kloosterleven werden gehandhaafd. Bernardus van Clairvaux sloot zich als drieëntwintigjarige aan bij de jonge orde de Cisterciënzers. Hij werd een belangrijk figuur binnen het Christendom van de 12e eeuw.

Bernardus bestreed het gerationaliseerde geloof, waarbij het geloof benaderd werd vanuit een rationeel verklaringsmodel dat dogma’s moest ondersteunen zoals de drieëenheid, de transsubstantiatie van, brood in lichaam en wijn in bloed. Hij stond een onmiddellijk – niet bemiddeld door de rede – geloof voor met Christus als rolmodel en schreef daar vele traktaten over. Kern van die traktaten waren zijn commentaren op het Hooglied en zijn mystieke opvatting dat God licht was.

Maar ook in de politieke praktijk van de kerk speelde Bernardus een belangrijke rol door allerlei bemiddelende en vredestichtende opdrachten voor de Paus uit te voeren. Mede door zijn toedoen werd er een einde gemaakt aan het schisma van 1130 en werd Innocentius II door de grote mogendheden erkend als dé Paus.

Bernardus had een voortdurend conflict met Pierre Abélard die zijn rationeel en filosofisch ingestelde tegenhanger op geloofsgebied was. Abélard schreef een verhandeling over de Drieëenheid waarin dit basisbeginsel van het geloof werd verklaard en verdedigd vanuit de rede. Bernardus viel hem hier op aan en hij werd gedwongen zijn boek op de brandstapel te gooien. Ook later werd Abélard door Bernardus tijdens het concilie van Sens zodanig de les gelezen dat hij zich terugtrok uit het openbare leven.

Pierre Abélard was eigenlijk een vertegenwoordiger van de vroege scholastiek. Die scholastiek werd uiteindelijk toch, ondanks Bernardus, het wetenschappelijke systeem van de Middeleeuwen (met de 7 artes liberales: grammatica, retorica, logica, aritmetica, astronomie, muziek, geometrie) en deze methode zou zich min of meer handhaven tot de 16-17e eeuw toen het empirisme als moderne wetenschappelijke methode werd ontwikkeld.

Een van de filosofische hoofdthema’s van de scholastiek was ‘het nominalisme’ en de daarmee verbonden ‘universalia strijd’.

In het kort komt het nominalisme hier op neer dat algemene- of soortbegrippen geen deel uitmaken van de werkelijkheid. Als individuele mens besta ik en maak ik deel uit van het totaal van het ‘zijn’, maar de mensheid of in het geval van een boom de boomheid, doet dat niet. De algemene begrippen zijn slechts namen (nomen) die we gebruiken om soorten (genus) aan te duiden. Deze universalia nemen we niet zintuigelijk waar. Het zijn alleen hulpmiddelen voor ons kennen. Het zijn geen bestaande dingen.

Pierre Abélard was daar stellig in. Hij vroeg zich af of genus (bloemen) en species (rozen) bestaan, of alleen grootheden van ons kennen zijn. Daarnaast stelde hij de vraag of als ze bestaan, of ze dan materieel of immaterieel zijn en ook wilde hij weten of ze op zichzelf bestaan los van de zintuigelijke waarneming of alleen in de zintuigelijke waarneming. Tot slot voegde hij daar de vraag aan toe, of er een referent moet zijn voor genus en species. Als rozen uitsterven bestaat het begrip roos dan nog? Zijn conclusie was dat nominalistische begrippen geen deel hadden aan de werkelijkheid en dus niet bestaan. Het zijn woorden of begrippen die een betekenis aanduiden of hebben (bloem) als er een concrete aan te wijzen referent is (roos). (empirisme avant la lettre?) We hebben die begrippen alleen nodig om de werkelijkheid te beschrijven, dus om te kunnen zeggen dat er geen rozen meer bestaan als ze zijn uitgestorven.

Abélard propageerde min of meer het bestaan van concrete dingen en individuen. In filosofisch jargon kan van Socrates niet gezegd worden dat hij de mensheid is. Het is een logische fout om een individu (Socrates) met een verzamelnaam (mensheid) aan te duiden. Een concreet individu bestaat niet dankzij de verzameling mensen. Integendeel een verzameling is het gevolg van de haar constituerende delen. Socrates is Socrates als individu. Hij is slechts species in zoverre hij mens is en genus in zoverre hij dier is en uiteindelijk ook nog substantie. Dit zijn allemaal logische of ontologische categorieën waarmee je de individuele essentie Socrates of de eigenschappen (accidenten) van de Socrates van vlees en bloed niet beter leert kennen. Als je Socrates ontdoet van zijn individualiteit (ondeelbaarheid) kun je hem slechts indelen bij een verzameling en ontdoe je hem van zijn identiteit (haecceitas, ditheid).

Dit was allemaal zwaar tegen het zere been van de kerk en ook tegen dat van Bernardus van Clairvaux. De ideeënleer van Plato was hét filosofisch grondconcept waarmee de kerkvaders de dogma’s van de kerk in de vroege middeleeuwen hadden onderbouwd.

De idee van het Goede, het Ware en het Schone waren de fundamenten en uitkomsten van Plato’s filosofie. De werkelijkheid kan pas als ‘waar’ gekend worden door het licht van de rede. De rede staat los van wat onmiddellijk aan de zintuigen wordt gepresenteerd. Door haar inspanningen kunnen we ons een beeld vormen van de werkelijkheid los van de constant veranderende stroom van zintuigelijke prikkels die als schaduwen van de ware werkelijkheid aan ons voorbij trekken. Onze geest is de ware bron van onze kennis. Met de daar opgeslagen ideeën stelt de rede ons in staat de werkelijkheid te benaderen en te kennen. Ons idee van ‘paard’ als resultaat van al onze paard-waarnemingen leert ons dat we niet met een ezel te maken hebben als we een paard zien.

Deze hier wat simpel omschreven ideeënleer van Plato leidt ertoe dat de rede of de logos de hoogste instantie wordt in het filosofie van het vroege Christendom. De uiteindelijke bron van alles is de Geest van God of God als Geest. Toen God zich voor het eerst uitsprak, is dat tegelijk ook zijn act van schepping. Zijn Woord (Logos) wordt vlees. Zijn idee wordt werkelijkheid. Uit naam van God, de geest, wordt de mens en de wereld geschapen. De Drieëenheid wordt manifest. De trinitarische formule (‘in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’) van het nieuwe testament wordt nog steeds iedere seconde meermaals uitgesproken. De werkelijkheid als scheppingsdaad van God’s geest maakt dat ook onze geest en zijn inhoud – de begrippen – tot die werkelijkheid behoort.

Bernardus die een bijzonder scherp denker was bestreed het nominalisme in de persoon van Abélard dan ook heftig. De logos of rede als het instrument om algemene begrippen of ideeën te vormen zijn door God aan de mens gegeven en zijn als zodanig dus ook deel van de realiteit. Zeker toen daar later bij George Berkeley in de 18e eeuw aan werd toegevoegd dat het de representaties van de waarneming van de concrete individuele dingen zijn die het algemene begrip doen ontstaan. Het zijn dus geen zuivere abstracties zoals het meetkundig begrip driehoek, maar het resultaat van waargenomen driehoeken met een scherpe, stompe of rechte hoek.

De universalia strijd is nog steeds niet beslecht. De onderstaande limerick van Ronald Knox geeft nog eens weer waar het spanningsveld tussen nominalisten en realisten ligt:

There was a young man who said:
‘God Must think it exceedingly odd
If he finds that this tree
Continues to be
When there’s no one about in the Quad’

REPLY

Dear Sir:
Your astonishment is odd.
I am always about in the Quad.
And that’s why the tree
Will continue to be,
Since observed by
Yours faithfully,
GOD.

Advertenties