Totalitarisme.

Er is een merkwaardige verhouding tussen verleden, heden en toekomst. Onze periodieke indeling van de continuïteit van de menselijke geschiedenis hakt iets in stukken wat eigenlijk een doorlopend proces is. Dat proces van continue verandering kennen we voornamelijk als lineair, maar is goed beschouwd circulair. De geschiedenis herhaalt zich immers. Althans als we in het verleden terug kijken doen zich veel historische feiten voor die zich bij herhaling in alle periodes aandienen. Geweld toegepast door de mens op zijn medemens in allerlei vormen is het brandmerk van zijn verleden. Grote denkers hebben gezocht naar de drijfkracht achter het verloop van de historie en de rol die oorlog en geweld daarin spelen. Sommigen hebben de geschiedenis ondergebracht in hun systeem en de historische wetmatigheid ervan vastgesteld zoals Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) en zijn leerling Karl Marx (1818-1883) Anderen hebben dat juist de ‘Poverty of Historicism’ genoemd, Karl Popper (1902-1994) die het verloop van de politieke en sociale geschiedenis in hoge mate als onvoorzien en ongepland beschouwt en zeker niet als product van een historische noodzaak.

Binnen de contemporaine geschiedenis is het herhalingspatroon van veel historische gebeurtenissen bijna circulair te noemen en tot op zekere hoogte aan elkaar gekoppeld en bepalend voor elkaar. Dat geldt zeker voor de politieke en sociale geschiedenis en de rol van geweld en oorlog daarin. Carl von Clausewitz (1780-1831) zei niet voor niets dat oorlog politiek met andere middelen is. Omdat er dus een zeker patroon is in de geschiedenis kunnen we ervan leren. Wat in de 20e eeuw is gebeurd kan een leerschool zijn voor wat vandaag gebeurt. De politieke werkelijkheid van vandaag, met autocraten met totalitaire trekken zoals Poetin en Erdogan en een politicus als Trump, roept om een duiding die als waarschuwing kan dienen zodat de sociaal-politieke ontwrichtingen uit de 20e eeuw zich niet zomaar herhalen.

Vanaf het einde van de 2e wereldoorlog zet de filosofe Hannah Arendt (1906-1975) zich aan het werk om te achterhalen wat de oorsprong is van de meedogenloze vernietiging van mensenlevens op basis van de politieke ideologieën van de Sovjets onder Joseph Stalin en de Nazi’s onder Adolf Hitler. Haar grondige studie ‘The origins of Totalitarianism’ die verschijnt in 1951, baseert zich wat de Nazi’s betreft onder andere op de documenten die zijn gebruikt tijdens de Nürnberger processen, “Nazi Conspiracy and Aggression” de geschriften van Hans Frank, Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Adolf Hitler, Ernst Röhm enz. en vele andere studies en documenten.

In het onderstaande wil ik mij concentreren op enkele aspecten van ‘Totalitarianism’ dat als derde deel van haar studie verscheen en met name de propaganda tijdens het totalitarisme. Veel van de bepalende kenmerken van de propaganda bij de Sovjets en de Nazi’s vinden we ook terug in de houding van de ‘regimes’ van vandaag tegenover de media.

Hannah Arendt heeft het veel over de massa’s. Zij omschrijft ze als het anonieme deel van de bevolking zonder identiteit die het ontbreekt aan onderlinge binding. Als dat wordt vertaald naar onze tijd lijken het de populisten in Europa of de ‘deplorables’ in de VS of het anonieme twitter-volk in cyberspace te zijn:

“Massa’s worden niet samengehouden door het bewustzijn van een gemeenschappelijk belang, en ze missen de specifiek geleding die een klasse eigen is en die tot uiting komt, in welomschreven, beperkte en bereikbare doeleinden. De term massa is alleen van toepassing waar we te maken hebben met mensen die, hetzij omwille van hun pure aantal, hetzij omwille van hun onverschilligheid, hetzij om een combinatie van beide factoren, niet geïntegreerd kunnen worden in het om het even welke organisatie met een gemeenschappelijk belang –

politieke partijen, lokale bestuursorganen, vakbonden…..Een dergelijke massa….valt grotendeels samen met het grote aantal neutrale, politiek onverschillige mensen…..”1

1 Arendt. The Origins of Totalitarianism p. 311

Die massa’s zijn in de lange periode tussen 1922 en 1945 gerekruteerd door de totalitaire bewegingen van toen. In een sluipend proces proberen ze een totale controle te krijgen over het sociaal maatschappelijke en politieke leven. De organisatorische kracht van de Nazi’s is verbluffend te noemen. De beweging groeit langzaam maar gestaag en de samenzwering om de zwakke democratische instituties en partijen te ondermijnen blijkt doelmatig en succesvol. Zelfs het Duitse leger blijkt niet ongevoelig voor de avances van Ernst Röhm om zijn SA (3 miljoen leden gerekruteerd uit de massa) te laten samengaan met de Reichswehr.

De propaganda van het totalitarisme lijkt op een soort hersenspoeling van het collectief bewustzijn. De middelen van de propaganda hebben als doel om de Nazi beweging aan de macht te brengen onder een leider; Der Führer analoog aan Il Duce in Italië. Daarvoor zijn alle propaganda middelen geoorloofd. Feiten worden ontkend en opnieuw gemodelleerd in het frame van de ideologie van NSDAP. Voor de waarheid geldt hetzelfde. De waarheid (Prawda bij de Sovjets) is wat de partij verkondigt en als de feiten dat zouden tegenspreken zijn dát de leugens. Feiten waarvan je misschien verwacht dat men ze ontkent, worden dat niet zoals de terreur tegen andersdenkende die bedreigd of zelfs vermoord worden. Dit stoere activisme vindt weerklank in de massa, die het afzet tegen de ‘ijdele praat’ van de andere partijen.

De leider wordt in de propaganda ‘verkocht’ als onfeilbaar. Als hij een duizend jarig rijk voorspelt, zal dat ook uitkomen. De feiten die hem zouden kunnen tegenspreken liggen in een verre toekomst. Dit eschatologisch model werkt demagogisch perfect omdat in het heden geen enkel bewijs te vinden is, dat het tegenspreekt en omdat het ook nog een ‘hauch’ van wetenschappelijkheid heeft. (historicisme) Als de totalitaire beweging eenmaal aan de macht is kan de werkelijkheid worden aangepast aan hun ideologisch leugens. De protocollen van de wijzen van Sion voorspellen dat de Jood samenzweert en uit is op wereldheerschappij. Dit ‘feit’ wordt met alle kracht verspreid gedurende de opkomst van de Nazi’s. Alfred Rosenberg de Nazi ideoloog schrijft er in 1923 al een commentaar op. De legitimatie voor de vervolging en uitroeiing van de Jood grijpt terug op het gefingeerde feit van de samenzwering van de wijzen van Sion. De leugen dat de Jood uit is op totale wereldheerschappij wordt werkelijkheid doordat het tot feit gefabriceerd kan worden. Het stelt de massa tevreden omdat de werkelijkheid zoals ze hen voorgespiegeld is in de samenzweringstheorie, ‘waar’ gemaakt wordt.

Volgens Arendt (p. 352) is de massa niet bestand tegen een onvoorspelbare wereld waarin het toeval overheerst. De menselijke organisatiedrang is in alles gericht op een ordelijke en berekenbare cultuur ook al is die cultuur in wezen een illusie. De massa zal zich altijd onderwerpen “…aan de meest rigide en fantastische-fictieve consistentie van een ideologie….en ze zal bereid zijn daarvoor met individuele offers te betalen..” om een minimum aan zelfrespect te waarborgen. De totalitaire ideologieën gaan van dat gegeven uit in hun propaganda want de beweging wil immers het volk redden en moet vernietigen om niet zelf vernietigd te worden. Pas dan kan de ‘Volksgemeinschaft’ zijn plaats innemen in de overheersing van de wereld. (1000 jarig rijk).

De massapropaganda ontdekt al gauw dat haar gehoor alles bereid is te geloven (p. 382), absurd of niet. De bewering van de leiders van vandaag die morgen gelogenstraft wordt zal de massa zo interpreteren dat ze de aanvankelijke bewering nooit voor een feit hebben gehouden. Ze hadden de

leugen al door en begrepen die als tactische slimheid van de leider. Zo wordt het politieke spel nu eenmaal gespeeld; bedriegen of bedrogen worden en twijfel aan de onfeilbaarheid van de leider is geen optie. De tactische leugen kan daarom iedere dag weer veranderen omdat ze slechts ‘steping stone’ is voor een hoger politiek doel. Het ideologisch denken van de beweging komt los van de werkelijkheid en stelt zichzelf in de plaats als de ‘ware werkelijkheid’ die zich geëmancipeerd heeft uit de chaos van de ongeordende dagelijkse feiten.

In december 2016 vraagt Jeffrey C. Isaac in de Washington Post zich af, of de analyse van Arendt van de totalitaire bewegingen en de massa’s tussen de wereldoorlogen, een licht kan werpen op het Amerika van vandaag. Stelt ze fundamentele vragen over samenleving en politiek die ook bruikbaar zijn voor het hedendaags sociaal-politieke klimaat in Amerika. Het weerzinwekkende in de analyse van Arendt is, dat de gevolgen van het totalitarisme niet berusten op een aanwijsbare oorzaak maar het clustereffect zijn van een proces van jarenlange morele ontwrichting. In het moderne Amerika van de jaren zeventig is er ook sprake van een dreigend moreel verval. Watergate was een samenzwering in actie op het hoogste politieke niveau met al de totalitaire kenmerken van leugen en bedrog. Amerika is toen gered door de kracht van de instituties. Toch is het een natie zonder politieke ziel omdat de participatie zeer laag is. Het gedrag van de huidige president en de door hem aangestelde regering wentelt zich in propagandisme. De onwaarheden, de ontkenning van feiten, het diskwalificeren van een kritische pers, het voeden van het ongenoegen van de massa’s met ongenuanceerde twitterberichten en minachting van de politieke spelregels, zijn vanaf het begin van 2017 bon ton in het Witte Huis.

We hebben pas achteraf kunnen vaststellen wat de oorsprong is geweest van het totalitarisme van Sovjets en Nazi’s. We kunnen niet vaststellen wat de uitkomst zal zijn van het beleid van leiders als Poetin, Erdogan en Trump maar het minste wat de geschiedenis ons kan leren is dat we gewaarschuwd zijn.

 

Advertenties