DE FINANCIALISERING VAN DE SAMENLEVING

Geld in de economie

In de feodale economie speelt geld nog geen grote rol. Goederen worden voornamelijk tegen goederen geruild. De waarde van de ruilgoederen wordt bepaald door de uitruilende partijen. In een later stadium speelt geld de rol van algemeen equivalent in het ruilproces. Waren of goederen ruilt men tegen geld waarmee iemand vervolgens weer een ruiltransactie tegen andere goederen kan doen. Als Karl Marx (1818-1883) zich bezighoudt met de analyse van de geïndustrialiseerde economie in zijn hoofdwerk ‘Das Kapital, Kritik der politischen Oekonomie’ is geld als kapitaal al de hoofdrolspeler in de economie. Geld is niet meer alleen een ruilmiddel maar doel op zich om meerwaarde van het geïnvesteerde geld als kapitaal te genereren. De accumulatietheorie van het kapitalisme. Vanaf midden jaren tachtig van de 20e eeuw is er een trend in het dan ontstane neoliberalisme dat kapitaal of vermogen een eigen financiële economie ontwikkelt. Die financiële economie maakt zich los van de reële economie door geldproducten te creëren die meerwaarde produceren door geld tegen geld te ruilen.

De economie als formule

Als je de verschillende economieën karakteriseert in een formule dan is de feodale economie uit te drukken als W-G-W: een waar wordt geruild tegen geld om vervolgens dat geld te ruilen tegen een andere waar. De kapitalistische economie kan uitgedrukt worden als G-W-G’: geld wordt geïnvesteerd in een waar en die waar wordt via een industrieel productieproces voorzien van een meerwaarde, om de verrijkte waar vervolgens te kunnen ruilen tegen een meerwaarde in geld; winst. De financiële economie ruilt geld niet meer tegen goederen of waren in de traditionele zin. Ze creëert haar eigen producten in de vorm van allerlei schuldpapieren die door de financiële handel binnen het financiële systeem een meerwaarde krijgen toegekend. De formule hiervoor is: G-G’-G”. In termen van Marx: “Der Fetischcharakter der Ware” in optima forma.

De economie als sociaal politiek systeem

De financiële economie die zich in de laatste 40 jaar steeds meer heeft verzelfstandigd is van grote invloed op de samenleving en haar institutionele structuur. De democratische instituties van de nationale staten in de westerse economieën bepaalden via wetgeving tot voor kort de regels en grenzen van de reële economie en het financiële systeem. Belastingen zorgden voor een zekere afroming en herverdeling, overleg tussen sociale partners voor een verdeling van opbrengsten tussen kapitaal en arbeid, vanuit algemene middelen werden algemene voorzieningen onderhouden door staatsbedrijven zoals: infrastructuur, communicatie, zorg enz. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is langzamerhand een einde gekomen aan die min of meer geleide economie. De markt en de privatisering van bijna alles en de daarmee gepaard gaande deregulering, heeft de weg vrij gemaakt voor een samenleving die niet meer wordt geleid door de democratische instituties.

De financialisering van de economie

In zijn boek ‘Gekochte tijd, de uitgestelde crisis van het democratisch kapitalisme’[1] somt Wolfgang Streeck, emeritus-directeur van het Max Planck Instituut de factoren op die hebben bijgedragen aan deze ontwikkelingsgeschiedenis[2]. Het beëindigen van het Bretton-Woodsysteem en de inflatie, het verzet tegen de belastingdruk en daardoor belastingverlagingen en begrotingstekorten, de schuldfinanciering van de begrotingen van de staten en de private financiële crisis van 2008 die is afgewenteld op de begrotingen van die staten. Steeds is er een oplossing gevonden voor de economische crisissen om het kapitalisme te beschermen tegen een verregaande afroming van zijn winsten en een herverdeling ervan in de samenleving. Volgens Streeck laten deze ontwikkelingen zien dat het kapitalisme steeds in staat is gebleken om tijd te ‘kopen’ om een definitieve crisis uit te stellen en uit te rekken.[3]

In dit alles speelt de ideologie van de marktwerking in de economie een grote rol. Minder overheid, minder politieke correcties van de markt, minder maakbaarheid van de samenleving, minder protectie van de economisch zwakkeren, enzovoort zullen er uiteindelijke voor zorgen dat ‘de markt’ optimaal functioneert. Deze ideologie afkomstig van de Chicago school en Friedrich Hayek bracht ook het monetarisme voort als voorloper van de financialisering als economische hoofdstroming.

Korte geschiedenis van arbeid en kapitaal

Historisch bestaat tussen arbeid en kapitaal sinds de industrialisatie een verhouding die ze wederzijds afhankelijk maakt. Zonder arbeid geen product, maar ook geen product zonder de productiemiddelen die het kapitaal verschaft. De strijd tussen arbeid en kapitaal duurt al meer dan 200 jaar. Hij gaat om de verdeling van de revenuen van het productieproces waarin ze allebei hun rol vervullen. Belangrijk daarin is het uitgangspunt: eigendom en de status daarvan. Privaat of maatschappelijk. Degene die eigenaar is van de productiemiddelen koopt arbeid in en blijft aan het eind van de productieketen eigenaar van het product en de toegevoegde waarde ervan. Bovendien probeert hij zijn kosten zo laag mogelijk te houden – ook de kosten van arbeid – waardoor hij de winst kan vergroten en maximaliseren. Pas in het 2e deel van de industrialisatie bij het begin van de massaproductie begrijpen mensen als Henry Ford dat een betere beloning van arbeid essentieel is om het economisch systeem draaiende te houden. De arbeider moet immers de massaproducten kunnen kopen. De staat raakt ook betrokken in de economie, na de eerste grote crisis als er door de staat gefinancierde infrastructurele projecten worden opgezet, om de massawerkloosheid te bestrijden. De economie raakt gemengd. Staatsinvesteringen en private investeringen stimuleren naast elkaar de economie. De staat probeert ook de economie te beïnvloeden door een prijs- en loonpolitiek. Doel is een sociale vrede te handhaven en de macht tussen arbeid en kapitaal gelijkelijk te verdelen; het democratisch kapitalisme. Uiteindelijk is dat steeds meer tegen het zere been van de private investeerders. Staatsingrepen en herverdelingspolitiek zien zij als ongewenste inmenging. De markt moet bepalen hoe de markt functioneert en wat een rechtvaardige verdeling is door middel van vraag en aanbod (Hayek). Morele en politieke systemen van sociale rechtvaardigheid (Keynes) zijn daarbij ongewenst.

De theorie achter de financiële economie

De theorie van Hayek is gebaseerd op de aanname dat er een (prijs)evenwicht ontstaat als er geen verstorende invloeden zijn op de markt. Een markt waar geen belasting is, geen regels zijn, geen marktmeester is en alleen vraag en aanbod, brengt als vanzelf een evenwicht tot stand. Om die ideale situatie te bereiken[4] moet allereerst de democratische staat die zich gedraagt als een marktmeester worden geslachtofferd. De staat ontwikkelt zich na WOII gaandeweg van belastingstaat – de begroting wordt gefinancierd door belastinginkomsten – naar schuldenstaat. Daarna komt de consolidatiestaat[5]. Zij is het gevolg van de internationalisering en globalisering van de economie. Schoolvoorbeeld is de EU waarin de begrotingen van de lidstaten worden geconsolideerd terwijl de werking van de democratie nationaal blijft. Om de begrotingen van de EU en de nationale lidstaten te financieren is de consolidatiestaat steeds meer aangewezen op de financiële markten en de financialisering van de economie. De Europese ECB is het technocratische financiële instituut dat bijna ongeremd de begrotingen van de lidstaten als consolidatiestaat bepaalt. Via de private financiële markt worden de voorwaarden gesteld voor de begrotingen. Enorme bezuinigingsoperaties zijn nodig om binnen de kaders van het financiële regime politiek te kunnen opereren. Deze consolidatiestaat loopt steeds meer aan de leiband van de financiële economie en de liberale theorieën van Friedrich Hayek om de private contractuele vrijheid te maximaliseren. Wolfgang Streeck verwoordt het zo[6]:

De bedoeling was om zoveel mogelijk te snoeien in de overheden van het naoorlogs kapitalisme, hun rol te beperken tot het laten functioneren en uitbreiden van de markt en ze institutioneel te zwak te maken om corrigerend in te kunnen grijpen in de zelfregulerend werking van de marktrechtvaardigheid.”

De ‘overwinning’ van de financiële economie

De democratie is een zeggenschapssysteem waarin idealiter door de bewoners van een samenleving wordt bepaald hoe die samenleving is ingericht. Maar het is ook een strijdperk, waarin belangentegenstellingen er toe leiden dat we op chimpansee niveau politiek bedrijven[7]. Zelf denk ik, dat strijd en ook iedere oorlog geen strikt ideologisch drijfveer kent, maar voortkomt uit de allesbepalende drift om beschikkingsmacht te verwerven over ‘resources’. De financialisering van de economie en de strijd tegen de democratie gaat ook om die beschikkingsmacht. Voorlopig lijkt de financiële sector de strijd te hebben gewonnen omdat steeds minder kapitaal zijn weg vindt naar de factor arbeid in de economie. Met andere woorden de samenleving deelt onevenredig mee in de toename van het kapitaal. Veel statistische gegevens laten dat zien. Het loondeel in het BNP is ten opzichte van de jaren zeventig met 20 procent punten gezakt. Vreemd blijft dat de sociale vrede redelijk overeind blijft, maar dat mag misschien een Pyrrhus overwinning blijken voor de 5% rijksten die 95% van het mondiale vermogen onderling verdelen. Alleen is er in de globalistische wereldorde geen Bastille meer om te bestormen. De enige hoop op een rechtvaardiger samenleving is het wachten op de definitieve crisis waarin het financiële stelsel implodeert.

 

 

 

[1] Uitgeverij Leesmagazijn 2015

[2] Streeck, p.15

[3] Streeck, p.18

[4] Het axioma van Hayek is ook een echt axioma, zelf onbewijsbaar. Een onhoudbare illusie die hooguit in mathematische vergelijkingen standhoudt. Lees de analyse van de mythe van de markteconomie in ‘De grootste show op aarde’ van Koen Haegens 2015

[5] Het begrip consolidatiestaat blijft bij Streeck enigszins diffuus. In het voorbeeld van de EU betekent het dat de nationale begrotingen zijn geconsolideerd in de EU begroting, maar het betekent ook dat het schulden systeem voor de nationale begrotingen behouden blijft.

[6] Streeck, p.166

[7] Zie mijn eerdere Blog 7 april 2017

Advertenties