Paulus opnieuw bekeken

door Denkerij®

Spiritualiteit en religie zijn veel ouder dan Metusalem. Onze cultuur kan eigenlijk niet gedacht worden zonder beide. In de meeste gevallen is religie ook gekoppeld aan een godsdienst. Alleen in het boeddhisme verwijst spiritualiteit en de staat van verlichting niet direct naar een God. Het Jodendom is de eerste monotheïstische godsdienst. Uit haar is het christendom ontstaan; historisch en qua religie. De feitelijke stichter van het christendom is Paulus van Tarsus die van ca. 3 v. Chr. en ca. 67 na Chr. leeft. In het onderstaande wil ik Paulus’ leer, religie, spiritualiteit, geloof en godsdienst kritisch, maar ook opnieuw bekijken. Ik laat mij daarbij leiden door de moderne filosofie vanaf de 19e eeuw, met name door Friedrich Nietzsche (1844-1900) en door de postmoderne filosofie, die sinds het begin van deze eeuw het Paulinische gedachtegoed opnieuw heeft opgepakt.

Alias Paulus

Een niet-filosoof die de Paulus-receptie een totaal andere wending geeft, is Thijs Voskuilen. Hij studeert in 2002 cum laude in de geschiedenis af in Groningen. Zijn afstudeerscriptie – in boekvorm ‘alias Paulus’ – rondt hij af door tegen de stroom in Paulus niet neer te zetten als de briljante apostel die in korte tijd het geloof in Christus in de landen rond de Middellandse zee verspreidt, maar als spion van de Romeinen. De wederwaardigheden van de historische Paulus die toch al op weinig bronnen berusten, maken vanuit diezelfde bronnen heel aannemelijk dat Paulus de leer van Jezus gebruikt om het volk te pacificeren. Daarmee speelt hij de Romeinen in de kaart die moeite hebben om de opstandige joden in Palestina in bedwang te houden. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen dat de Paulus die ons door het kerkelijk instituut 2000 jaar lang is gepresenteerd als de grote inspirator en grondlegger van het christelijk geloof, een ongelofelijk dubbelspel heeft gespeeld. De ‘heiligheid’ van Paulus is echter al veel eerder onder zware kritiek komen staan.

De Antichrist

Een werk dat Nietzsche op het laatst van zijn leven schrijft, is ‘Der Antichrist’ (AC). Daarin valt hij grofweg het christendom aan als een religie die het medelijden verheerlijkt en de mens een slavenmoraal oplegt. Wat betreft Paulus is hij zeer specifiek. Paulus heeft de leer van Jezus totaal verwaterd door hem in hoofdzaak te presenteren in een verhaal, waarin kruisdood, wederopstanding, messianisme, hiernamaals, eeuwig leven en eindtijd de hoofdthema’s zijn. Hij ontwerpt een dualiteit van het leven met aan de ene kant het aardse leven van het vlees en aan de andere kant het leven van de geest/pneuma die uiteindelijk opgenomen wordt in de geest van God. Nietzsche is daar des duivels over. Hij noemt het een totale ontkenning van de werkelijkheid en het lijden en de pijn die daar een onontkoombaar onderdeel van uitmaken. Een leugen en een verloochening van de ‘ware werkelijkheid’. Die werkelijkheid is ons lot en dat moeten we liefhebben (amor fati). Onze moraal moet zich ascetisch verhouden tot die onvermijdelijke werkelijkheid. Alleen door er een ‘Herrenmoral’ op na te houden kunnen we de werkelijkheid de baas en zijn we er machtig over (Wille zur Macht).

De leugen van het geloven

Wat Paulus propageert is volgens Nietzsche een leugenachtige illusie die de waarheid verdoezelt. Waarheid is in het christendom ten grave gedragen: “….wir halten es nicht mehr aus, wenn ein Priester das Wort ‚Wahrheit‘ auch nur in den Mund nimmt.“ „…muss man heute wissen dass ein Theologe, ein Priester, ein Papst mit jedem Satz, den er spricht, nicht nur irrt, sondern lügt….“.1 Nietzsche gaat nog even zo door en zegt dat ook de priester weet dat er geen God bestaat, geen zondaar, geen verlosser. Dat de vrije wil en de morele wereldorde leugens zijn. Het hele begrippenapparaat van de kerk is boosaardige valsmunterij om de natuur en de natuur-waarden te ontwaarden. De begrippen hiernamaals, laatste oordeel, onsterfelijkheid van de ziel en de ziel zelf roepen afkeer op. En even later: ‘Im Grunde gab es nur Einen Christen, und der starb am Kreuz. Das „Evangelium“ starb am Kreuz.“2 Alles wat daarna opgeschreven is, is een ontkenning van het leven van Jezus, een vreselijke boodschap; een dysvangelie. Alleen een leven “…so wie Der, der am Kreuze starb, es lebte, ist christlich…“ 3 Daarom is het echte, het oorspronkelijke christendom altijd mogelijk, zegt Nietzsche. Niet een geloven maar een doen. Geloven is slechts; een ‘voor-waar-houden’, illusies als waarheid propageren, valse waarden creëren, uitstellen van wat gedaan moet worden. Het is zodoende nodig om alle door het christendom en haar geloofsleer verkondigde waarden om te waarderen; eine Umwertung aller Werte4 Daarom is geloven verticale spiritualiteit en doen horizontale spiritualiteit.
Volgens Nietzsche verkondigt Paulus niet de blijde boodschap, maar een boodschap van haat tegen het leven en de werkelijkheid, zoals zij van nature in waarheid aan de mens gegeven zijn. 5 Hij gaat vervolgens verder als de grote criticus van alle illusies en ficties van het denken, het kennen en het geloof. Noch filosofie, noch religie, noch moraal, noch wetenschap, noch kunst bieden het noodzakelijke houvast en onbetwijfelbare zekerheden. Zelfs God en God als waarheid, blijken volgens hem een leugen. Maar als er geen waarheid meer is, dan is niet alleen God dood maar ook de mens zelf, overgeleverd aan een absoluut nihilisme.

Paulus herzien

Dan komen we in de laat-20e eeuw en de postmoderne filosofie trekt de consequentie uit Nietzsche’s geschriften en zet zelfs de waarheid, het pièce de résistance van de filosofie, aan de kant. Misschien daardoor gaat een aantal hedendaagse filosofen in de 21e eeuw weer de brieven van Paulus lezen. Het project van de moderne filosofie na Nietzsche probeert de mens weer een voldoende grond te geven en een ethiek van de sociale rechtvaardigheid te ontwikkelen. Dat project is min of meer gestrand in het neoliberalisme. Maar kan Paulus misschien uitkomst bieden? Het is hem toentertijd immers gelukt de sociale werkelijkheid zo te keren dat zijn volgelingen gingen geloven in zijn verhaal van liefde, barmhartigheid en het hiernamaals. Of dat verhaal nu waar is of niet; hij heeft er een nieuw begin mee gemaakt, een gebeurtenis veroorzaakt die de sociaal politieke werkelijkheid fundamenteel heeft veranderd. Hij voegt een messianistische dimensie toe aan de levenswijze van zijn volgelingen. Hun perspectief keert zich om. Er is hoop.

Een nieuw begin, een nieuw bestaan

In de eerste brief aan de Korintiërs 7, 29 staat een belangrijke passage:

“Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dat er maar weinig tijd rest. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder.” 6

Ik ga nu niet in op de ‘meontologie’ oftewel de leer van het niet-zijn die hier door de vakfilosofen in wordt gelezen.7 Wel is van belang de herhaling van het ‘alsof-niet’ en wat daar uit voortkomt voor de verandering in de manier van leven van Paulus’ volgelingen. Als ze nu eens niet de nadruk zouden leggen op dat wat ze gewoon zijn om te doen, maar zich zouden concentreren op een andere manier van leven. De oude levenswijze tussen haakjes zetten, vanuit een stoïcijnse gelatenheid de gewoonte laten voor wat het is en zich laten ‘roepen’8 door een nieuwe zienswijze; door anders te zijn. Deze dialectische spanning tussen het oude en het andere; het nieuwe, geeft een messianistische ontsnappingsroute voor de manier waarop ons bestaan is ingericht op weg naar een ander bestaan of een nieuwe inrichting van ons bestaan. Ik gebruik met nadruk de term bestaan om aan te duiden dat er in de werkelijkheid van dat bestaan iets moet veranderen. De inspiratie voor die verandering is niet het gevolg van een ‘roeping’ vanuit een verticale spiritualiteit maar door een andere manier van kijken naar wat gewoon is. De inspiratie komt uit de verbetering en verandering van de manier van leven in de concrete sociale werkelijkheid. Bijvoorbeeld de manier van leven van de minderbedeelden, die door hun gebrek aan talent, door gebrekkige sociale omstandigheden of door psychische of lichamelijke invaliditeit de zinloosheid en het lijden van de schepping ervaren. Of zoals Paulus het schrijft in zijn brief aan de Korintiërs: 9 “Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid.” Daaruit de inspiratie halen om een nieuw begin te maken, om de nood van ‘het uitschot’ – zonder medelijden – te lenigen, noem ik ‘horizontale spiritualiteit’. Als ik Paulus zo kan interpreteren, krijgt hij het voordeel van de twijfel en schuif ik Nietzsche wel even aan de kant.

1 ‘Der Antichrist’, §38
2 AC §39
3 AC, §39
4 Ondertitel van ‘Der Antichrist’
5 AC, §42
6 Nederlandse Bijbel Vertaling (NBV)
7 Ik heb voor de filosofische context intensief gebruik gemaakt van het boek van Gert-Jan van der Heiden ‘Het uitschot en de geest. Paulus onder filosofen’ 2018. Hij verwijst op zijn beurt onder andere weer naar de filosofen Heidegger, Foucault, Badiou, Zizek en Agamben. De laatste legt de nadruk op de frase ‘de tijd die rest’ in zijn uitleg van Paulus. Zie ook pag. 104-115 v.d. Heiden.
8 God roept in het leven wat (nog) niet bestaat, Rom 4:17. v.d. Heiden, pag 106.
9 1 Korintiërs 4,11-13. (NBV)

Advertenties