Geweld en mythologie

door Denkerij®

Geweld om het geweld

In het begin van de film ‘2001 a space odessey’ verschijnen apen in beeld. Onder de klanken van de opzwepende symfonie ‘Also sprach Zarathustra’ van Richard Strauss is er een scène waar die apen ontdekken dat een bot van een dier gebruikt kan worden als wapen, ook tegen soortgenoten. Dat begin van die film heeft als titel ‘morgenstond van de mensheid’ (dawn of men). De initiatierite van het mensdom toont geweld als de ‘missing link’ tussen de primaten (apen en mensen). Deze fictionele voorstelling van de initiatie en evolutie van geweld in het dierenrijk, waartoe ook de mens behoort, stemt niet overeen met de werkelijkheid. Geweld begint niet pas bij de mens of zijn onmiddellijke voorgangers. Geweld in een zeer brute en wrede vorm is wijdverbreid in de natuur. Leeuwen, orka’s, chimpansees, katachtigen, enz. martelen hun prooien of vermoorden hun soortgenoten zonder een greintje empathie. Geweld om het geweld is ontegenzeggelijk gegeven binnen het domein van het dierlijke bestaan. De mens heeft het geweld niet uitgevonden. Hij heeft de toepassing van geweld hooguit qua bestialiteit geperfectioneerd. Alle hoogtepunten van zijn technologische triomf heeft hij ingezet om geweld toe te passen: vergift, springstoffen, guillotine, elektrische stoel en atoombommen vormen een lang niet complete opsomming van zijn arsenaal. De lust tot geweld of geweld als oncontroleerbare drijfveer heeft een alles overheersende status in het dierenleven en de menselijke cultuur.

Geweld als mythe

Vanaf het begin van de overgeleverde orale en schriftelijke cultuur is die cultuur gefascineerd door oorlogen en conflicten die met de meest geraffineerde geweldsmiddelen worden gevoerd. Het mag dan zo zijn dat we veel van die overlevering niet meer als historisch beschouwen maar meer als een fictieve traditie zijn gaan begrijpen. Toch leeft de tendens ervan nog steeds sterk door in een mythisch begrip dat wij van onze bestaansgeschiedenis overeind houden. Het is nog steeds mogelijk de hordes te mobiliseren op basis van volstrekt gefantaseerde mythes zoals een verhaal over de ‘wijzen van Sion’, een ‘duizendjarig rijk’, de ‘übermensch’ als Arisch ras, de ‘Blonde Bestie’ als de woedende oermens, enzovoort. Het zijn niet alleen deze verwijzingen naar de jongste geschiedenis waarin de verheerlijking en rechtvaardigheid van geweld prominent aan de oppervlakte komt. Bijna ieder verhaal van de mens wordt erdoor getekend. Zo is er de mythe van Niobe van wie de 7 dochters en 7 zonen worden gedood door de goden Apollo en Artemis alleen omdat Niobe trots was op haar kinderschare. Door de godin Leto de moeder van Apollo en Artemis wordt die trots opgevat als hoogmoed van een sterveling die daar zo wreed en gewelddadig mogelijk voor moet worden gestraft. Niet alleen in de Griekse mythes maar ook in de Griekse tragedies die er vaak op gebaseerd zijn speelt geweld een hoofdrol.

Geweld en de christelijke religie

Als de Griekse filosofische scholen vanaf de 5e eeuw B.c. de rede, het verstand, de logica en het denken als voornaamste menselijke capaciteit beginnen te propageren, roept dat geen halt toe aan het mythologisch geloof van de ‘gewone’ mens. In de monotheïstische religies blijft het mythologische en het geweld een grote rol spelen. Voor de wrekende God van het Oude Testament is het toepassen van geweld zo ongeveer een dagtaak. De stenen tafelen die Jahweh aan Moses overhandigt zijn misschien slechts geboden, maar daaraan gekoppeld beschrijft Exodus een orgie aan barbaars geweld als die geboden of andere wetten worden overtreden.[1] Vanaf dat moment ontstaan wetten en wetboeken die het geweld enigszins proberen te reguleren en de toepassing ervan ter verantwoording koppelen aan een juridisch systeem. Al gauw komt dat systeem in handen van de hogepriesters die als oligarchen avant la lettre de wetten als machtsmiddel gaan gebruiken. Ze maken daarbij zo heftig gebruik van geweld, dat een nieuwe mythologie nodig is die zich nadrukkelijk tegen de geweldsdictatuur van de wet keert. Het nieuwe verbond van Jezus probeert een definitief einde te maken aan het geweld als instrument van weinigen om hun specifieke rechten en welvaren te beschermen. Een van de kernwaardes van de leer van Jezus, die bijzonder praktisch en werelds is, is geweldloosheid. Geweld los je niet op door tegengeweld, maar door het afzien van geweld. Het sneue van zijn lijdensverhaal – waar de nieuwe mythologie van de Messias start – is dat hij het onderspit delft en de wet van de hogepriesters overwint. Jezus wordt ter dood veroordeeld en vermoord op basis van de rechtmatigheid en rechtvaardigheid van het vigerend recht van de Joodse wet. (niet rechtstreeks, maar via Pontius Pilatus omdat het Sanhedrin, de joodse rechtbank te weinig rechtsgrond vond om hem te laten kruisigen)[2] De bijna seculiere en profane leer van Jezus die kritisch is naar de bestaande wetten en maatschappelijke verhoudingen en die daadwerkelijk probeert te verbeteren, wordt kort na zijn kruisdood weer omgezet in een sacrale mythologie. Vooral Paulus ontwerpt een narratief van de verlossing van de mens in een hiernamaals. De ruwe werkelijkheid van het menselijk bestaan moet slaafs worden ondergaan opdat in de eindtijd het eschatologisch oordeel plaatsvindt waar de mens verlost wordt (van het geweld van het aards bestaan) en de wederopstanding zal plaatsvinden. Deze mythologie houdt grote delen van het mensdom tot op vandaag nog steeds in zijn ban.

Geweld en het Nazisme

De christelijke cultuur is er in 2000 jaar niet in geslaagd geweld te beteugelen of zodanig in te dammen dat het als gerechtvaardigd middel zou kunnen dienen om het doel (haar kernwaarde); leven in vrede, te bewerkstelligen. Vooral in de jongste geschiedenis heeft geweld door Shoah en holocaust massief het verloop van die geschiedenis bepaald. Verspreid over Europa is een netwerk van overblijfselen van de zogenaamde ‘KZ-Lager’ of concentratiekampen van de Nazi’s bewaard gebleven. In een daarvan, ‘Buchenwald’, ben ik onlangs geweest. De moorddadigheid als kenmerk van zo’n ‘Konzentrationslager’ is ronduit grotesk[3] te noemen. De productiviteit van die concentratiekampen is het plegen van levensdelicten vanuit een volstrekt perverse moordlust met volstrekt perverse middelen. De mens als geweldsdier toont zich onverbloemd in de banaliteit van het kwaad[4] van de Nazipraktijk. Natuurlijk zijn alleen de mensen schuldig en verantwoordelijk die ook daadwerkelijk hebben deelgenomen aan dat geweld of het bevolen hebben. Je zou kunnen volhouden dat de anderen het geweld niet gewild hebben en dat het dus niet tot de essentie van het mensdom behoort. Toch is de continuïteit waarmee geweld de geschiedenis van de mens bepaalt allesoverheersend en verstrekkend en in die zin banaal. Er zijn nauwelijks perioden in de geschiedenis die vrij zijn van oorlogsgeweld en dagelijks geweld is er op elk moment tijdens het wegtikken van de tijd.

 

De banaliteit van geweld

Ook Enzo Traverso[5] vraagt zich in zijn studie ‘De oorsprong van het Nazigeweld’ af hoe en waarom geweld zich zo extreem heeft kunnen manifesteren en hoe en waarom de waarde van het leven van ideologische vijanden gereduceerd kan worden tot nul. Hij komt tot de conclusie dat het geen onverklaarbare ontsporing is geweest van de westerse cultuur. De achterflap van zijn boek citerend:

“De Holocaust was geen onverklaarbare ontsporing van de westerse cultuur. De raciale vernietigingspraktijken van het hitleriaanse Duitsland knoopten aan bij ideeën die in de geschiedenis van het westerse imperialisme waren verankerd. In de gaskamers trad het destructieve potentieel aan het licht van een beschaving die zich op een doodlopende weg bevond: uitroeiing bleek een mombakkes van deze beschaving zelf te zijn toen tegenkrachten tegen de Verlichting verbonden met industriële en technische vooruitgang, het geweldsmonopolie van de staat en rationalisering van heerschappijuitoefening. De guillotine en het machinegeweer, de moderne gevangenis en de lopendebandproductie, racisme en eugenetica, nationalisme en de verschijning van een nieuwe voorstelling van ‘de Jood’ als metafoor van een ziekte van het maatschappijlichaam, en de massaslachtingen van de koloniale oorlogen en de Eerste Wereldoorlog schiepen het sociale en mentale landschap waarbinnen de Endlösung werd bedacht en in werking gezet.”

Abraham de Swaan wil in ‘Compartimenten van Vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders’.[6] het geweld en de daarmee gepaard gaande genocides wel verengen tot ‘uitzonderingstoestanden’ die het menselijk ras overkomen. Het kwaad en dus het geweld behoort niet tot de essentie van de humane cultuur en is in die zin niet banaal. Dat wij, de niet-voltrekkers, onder dezelfde omstandigheden, hetzelfde zouden hebben gedaan, bestrijdt hij. Geweld is gecompartimenteerd, ingekaderd in een samenloop van omstandigheden, die ook anders zouden hebben kunnen verlopen.

Tenslotte

Hoe het ook zij, de menselijke geschiedenis is in bloed gedrenkt. Het geweld van het Nazitijdperk is ook historisch gezien geen ‘collateral damage’. Een partij heeft de staat overgenomen en heeft welbewust en op ideologische gronden een geweldsorgie ontketend. Tegelijkertijd gebeurde ongeveer hetzelfde in de Sovjet-Unie waar met een andere ideologie dezelfde aantallen mensen werden vermoord. Beide ideologieën hadden ook nog eens een sterk mythologisch karakter. Het duizend jarig rijk of de communistische heilstaat.

[1] ‚Im Schatten des Sinai’ is de titel van het essay dat Peter Sloterdijk heeft geschreven over het geweld dat gepaard gaat met de breuk van het oude Verbond tussen God en Mens. 2013, Frankfurt am Main
[2] ‘Pilatus & Jezus‘ Giorgio Agamben, Amsterdam, 2014. Pilatus zet het recht en de wet in het proces tegen Jezus op losse schroeven door de vraag te stellen ‘Wat is Waarheid?’. Door Friedrich Nietzsche tot ongeveer het meest briljante inzicht uit de ideeëngeschiedenis gebombardeerd.
[3] Het groteske toont zich onder andere in de spreuk ‘Jedem das Seine’ op de toegangspoort van Buchenwald. De betekenis van het gezegde verwijst sinds Aristoteles naar het rechtvaardigheidsprincipe. Hier betekent het zoiets als ‘ieder zijn verdiende loon’; zijn leven.
[4] Hannah Arendt, ‘De banaliteit van het kwaad. Een reportage.’ Amsterdam, 1969
[5] Traverso, Hilversum, 2010.
[6] Swaan. Amsterdam, 2014

Advertenties