Duurzaamheid en economische groei

door Denkerij®

De ziekte van de biosfeer

Duurzaamheid is een containerbegrip. In dit essay vernauw ik het begrip duurzaamheid tot een begrip dat gelieerd is aan een duurzame economie of nog specifieker aan een duurzame economie die groeit. Veel wat ik daarover te zeggen heb komt voort uit het denken van Kate Raworth. Zij heeft in 2017 een boek gepubliceerd, getiteld ‘Donut Economie’[1]. Onze economieën lijken om verschillende redenen in verval. Dat verval is nu in 2019 nog niet direct merkbaar. Het lijkt meer op een ongeluk in slow motion. De biosfeer van de aarde kampt met ziektebeelden:

klimaatverandering, verzuring oceanen, chemische vervuiling, stikstof en fosfor verzadiging, zoetwateronttrekking, grondconversie, vermindering biodiversiteit, luchtvervuiling, aantasting ozonlaag.

De diagnose van de ziekte is nog niet in alle gevallen eenduidig gesteld. Het lijkt een beetje op een virale infectie. Niet alles en iedereen is er door getroffen, maar het heeft de kenmerken van een epidemie die bestreden moet worden, wil ze niet uitgroeien tot een pandemie. De antistoffen die daar voor nodig zijn, kunnen een enorme impact hebben op ons economisch handelen. De medische metafoor kan ik nog doortrekken naar de eed van Hippocrates. Als we te maken hebben met een ziekte, moeten we optreden als arts en die ziekte behandelen. We mogen de patiënt daarbij geen schade berokkenen, we moeten voor hem zorgen, zijn gezondheid bevorderen, zijn lijden verlichten, hem goed informeren, zijn leven en waardigheid eerbiedigen.

Het economisch systeem als ziekmaker

De oorzaak van de infectie van de biosfeer is terug te vinden in het economisch handelen van de mens. Het ontbreekt hem aan voldoende ethische uitgangspunten om zich te verantwoorden, zowel bedrijfsmatig als politiek. De planetaire samenleving lijdt onder het economisch handelen van vooral de geïndustrialiseerde landen. Het economisch handelen legt geen rekenschap af over alle gevolgen ervan. Een van die gevolgen is de vervuiling die het veroorzaakt. De economische theorie noemt dat externaliteiten. Het gebeurt nu eenmaal. Een soort ‘collateral damage’. Maar die vervuiling is wel van grote invloed op de biosfeer en komt tot uitdrukking in klimaatverandering. Politiek en bedrijfsleven beloven de temperatuurstijging voor 2050 terug te brengen tot onder de 2 graden. Daar wordt niet op geacteerd. De laatste berekeningen laten een stijging zien tot 3,4 graden als de huidige trend van co2 uitstoot zich voortzet. De gevolgen – ook economisch – zijn gigantisch als de zeespiegel daardoor aanmerkelijk stijgt. Veel leefgebieden zullen overstromen. De gevolgen zijn dus planetair. In de politiek tellen vooralsnog alleen de nationale belangen. Het economisch systeem zoals het zich in 200 jaar industrialisatie heeft ontwikkeld, kan op korte termijn niet drastisch worden gewijzigd. Het ontbreekt ons aan de gereedschappen om systemen zoals een economie volledig te beheersen. We kunnen niet van de ene dag op de andere haar koers wijzigen. Als we goed naar de eigenschappen van het economisch systeem kijken, kunnen we die wel aanpassen of herontwerpen. Een van de opties is om de wereldeconomie regeneratief van karakter te maken. Dat betekent dat de productie van goederen zodanig wordt ingericht dat alle stappen in de productieketen klimaatneutraal, circulair en op hergebruik van grondstoffen zijn geënt. Dit betekent een zodanige aanpassing van het huidige economisch groeimodel, dat daarmee elke voorafgaande revolutie tot een schlemielige modificatie wordt gedegradeerd. De noodzaak tot aanpassing en de termijnen kunnen in twijfel worden getrokken, zelfs wetenschappelijk in twijfel worden getrokken. Wat niet in twijfel kan worden getrokken zijn de feiten zoals ze zich tot nu toe hebben voorgedaan. Op basis daarvan rust er een plicht op de mens zijn verantwoordelijkheid te nemen en een plan te ontwikkelen dat voorziet in ethische uitgangspunten voor de herinrichting van het economisch model van de wereldeconomie. Die plicht gaat vooraf aan een juridisch en wettelijk kader en berust op het compassiebeginsel van verantwoordelijkheid. Hoewel het compassiebeginsel een morele aanname is, noodzakelijk om de rest van de kudde in stand te houden, kun je het misschien uit egoïstische motieven ook op jezelf van toepassing verklaren. Het is in je welbegrepen eigenbelang de feiten zoals ze zich tot nu toe voordoen te erkennen, om misschien je eigen vege lijf maar zeker dat van je kinderen en kleinkinderen te redden.

Een kritische kijk op het bbp-model

Laat ik afstappen van de morele en ethische claims die het ziek-zijn van de biosfeer oproepen en overgaan tot een analyse van het model van de wereldeconomie en in het bijzonder van de economie van de geïndustrialiseerde landen. Die economieën zijn, ook al beschouw je het moreel-neutraal, oorzaak van de vervuiling van de biosfeer. Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw hanteren we voor de groei van de economie het model van de berekening van het bbp van de nationale economieën. De groei van het bbp is sinds die tijd sterk toegenomen en heeft zich sinds de jaren vijftig exponentieel ontwikkeld.

Dit voorbeeld laat zien hoe exponentieel de groei van het bbp in Nederland verloopt. Voor de andere westerse landen is dit vergelijkbaar. Die groei is niet klimaat-neutraal verlopen. Bekende statistieken laten zien dat de temperatuurstijging op aarde ook exponentieel verloopt. We nemen aan dat de twee statistieken tot elkaar te herleiden zijn. (en zien dus af van het natuurlijk verloop van temperatuurstijgingen in geologische tijdperken). Ik stel vast dat groei van het bbp en duurzaamheid tot nu toe geen succesvolle combinatie zijn gebleken. In de periode sinds de jaren vijftig hebben zich de ‘ziektes’ aangediend die ik hierboven al heb genoemd: klimaatverandering, verzuring oceanen, chemische vervuiling, stikstof en fosfor verzadiging, zoetwateronttrekking, grondconversie, vermindering biodiversiteit, luchtvervuiling, aantasting ozonlaag.

Is er toch duurzame groei mogelijk en wat betekent dat voor de groeicurve van het bbp? Het is duidelijk dat de huidige berekeningsmethode van het bbp een valse voorstelling van de toename van onze rijkdom en inkomen geeft. Alleen het feit dat de externaliteiten op geen enkele manier in de berekeningen zijn meegenomen, duidt er al op dat er ontzettend veel ‘kosten’ zijn blijven liggen. Bij de kosten van het productieproces in de geïndustrialiseerde landen is geen berekening voor de vervuiling in het bbp verdisconteerd. Er is boekhoudkundig gesjoemeld. Bovendien is het bbp-model alleen op korte termijn interessant. Het is een historisch vergelijkingsmodel. Een soort balans van een nationale economie als bedrijf. Het zegt niets over de groei van het bbp op langere termijn. Toch is het bbp en de groei daarvan gaan functioneren als de thermometer van de economie van iedere samenleving. Geen groei of recessie is volstrekt onacceptabel. We zijn financieel, politiek en maatschappelijk verslaafd aan een groei van het bbp, zegt Kate Raworth[2]. Als de groei van het bbp afvlakt en de exponentiële curve zou overgaan in een s-curve omdat bijvoorbeeld de kosten van de ‘ziektes’ daadwerkelijk worden verdisconteerd, dan hebben we te maken met een radicale transformatie van de financiële, politieke en maatschappelijke structuren van de samenleving. Een aangepast bbp-model laten zien als lange termijn ontwikkeling met de kosten van de externaliteiten, opent een doos van Pandora. Geen enkele econoom of beleidsmaker durft dat aan, maar binnenskamers bij IMF, OESO, Centrale Banken, VN, enz. is het wel degelijk een issue.

http://www.clicks4you.nl/schizofrenie/images/donuteconomie/GroeicurveDe%20eersteeconomen%20erkendenwatmoderneeconomenveronachtzamendateconomischegroeieenlimietkent.gif

Een bestendige groene economie wordt lastig

Het bbp én groei lijkt – met op de achtergrond de ecologische voetafdruk die onze economieën produceren – een uitdaging. Kan een samenleving met een hoog inkomen en vermogen het anders realiseren? Kan die samenleving bloeien zonder te groeien? Kunnen we stoppen met rijker worden, zonder dat als crisis te ervaren? Kan de exponentiële curve van groei omgebogen worden in een s-curve van een bestendige economie en samenleving? Waar bevinden we ons nu op de groeicurve? Moeten we al rechtsaf of kunnen we nog doorgroeien? Kunnen we gebalanceerd groeien in de wereldeconomie door de groei in de hoog inkomen landen aanmerkelijk te temperen om in de midden- en laag inkomen landen nog wat ruimte voor groei te bieden? Het zijn open vragen met een hele trits van mogelijke antwoorden. Een van die antwoorden kan zijn dat de hoog inkomen landen het op redelijk korte termijn zonder groei moeten doen. Dat betekent dat 70 jaar consumentisme zijn Waterloo vindt. Daarvoor in de plaats zou dan een regeneratieve economie komen. Grondstoffen hergebruiken, recyclen, circulair produceren, statiegeld op ieder product, vervuiling minimaliseren of uitbannen, overgaan naar een bedrijfsmodel dat stakeholders boven shareholders plaatst. Een economie die evengoed kan floreren maar niet meer groeit. Kapitaal, innovatie en mode op hun retour zoals door de negatieve rente de prijs van geld op zijn retour is? Sinds 1960 als het groeipercentage van het bbp nog 5% is, daalt het. De 14 rijkste landen zitten nu al op een afnemende groei van slechts 1%. De arbeidsproductiviteit daalt, de bevolking krimpt en vergrijst, er is een groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid. De top van de S-curve lijkt bereikt. De prognoses van dé instituten van het exponentieel groeiend bbp bevestigen dat. Ter illustratie een citaat uit een IMF-rapport dat een langdurige stagnatie in de nabije toekomst onderschrijft: “…onze prognoses voor de lange termijn [zijn] steeds minder optimistisch…beleidsmakers zouden niet mogen vergeten zich voor te bereiden op mogelijk negatieve uitkomsten…”[3]

Eeuwige groei én duurzaamheid lijken onhaalbaar

Het ziet er dus naar uit dat we de economische realiteit moeten aanpassen en van méér groei naar minder nieuw en meer hergebruik en langere vervangingstermijnen evolueren. Economische groei kan niet eeuwig voortduren, niet omdat het niet mag maar omdat de biosfeer het niet langer verdraagt. De eed van Hippocrates legt ons een zorgplicht op. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Groei is nog steeds een politieke noodzaak. Zonder groei ontstaat politieke instabiliteit die niet valt te kanaliseren. Het willen consumeren is een intense drijfveer die niet veel gelatenheid toestaat. Een beetje populistisch gezegd; het volk gaat dreinen als het niet krijgt wat het wil, ook in overvloedige economieën zoals in het westen. Als groene groei het credo van de westerse samenleving (G20) zou worden, kan het niet anders dan dat het gebruik van hulpbronnen drastisch vermindert. Gebeurt dat niet, dan ontstaat een ecologische voetafdruk die 5 planeten als de aarde nodig heeft aan hulpbronnen. Wil je dus groene groei verwezenlijken dan is een ontkoppeling van hulpbronnen (bijvoorbeeld fossiele brandstoffen) en groei van het bbp onvermijdelijk.  De groei van het bbp in stand houden met groene groei via ecologisch niet belastende duurzame energiebronnen zoals zonne- wind- en hydro-energie is volgens vooraanstaande beleidsadviseurs van de VN[4] een hele zware en misschien niet haalbare opgave. De groeicijfers van de komende 100 jaar zullen totaal in het niet vallen bij die van de afgelopen honderd jaar.[5]

Tot slot

Stel dat onze economieën zodanig worden ingericht dat we afzien van groene groei en dus van een voortdurende groei van het bbp, houden we dan nog een economie over? Een groene economie zonder groei. Daarvoor hebben we totaal geen historische voorbeelden. Ons economisch systeem tot nu toe ontbreekt het aan de middelen om ons daar een betrouwbaar inzicht in te verschaffen. Er zijn geen statistieken, geen econometrische modellen, geen berekeningsmethoden. Hoe gaat dat werken en gaat dat werken? Het herinrichten van een regeneratieve economie zonder groei lijkt op een fata morgana. Het hele economisch waardencomplex uit het verleden dat geïncorporeerd is in wetten, beleid en instituties, vereist een ombouw en herbouw van Bijbelse proporties.[6] Misschien moeten we hopen op een systeemcrisis om dat Bijbelse werk te kunnen verrichten. Of verwijs ik hier naar een utopische verlossingsmetafoor en het vooruitgangsmodel, terwijl onze zwerftocht door het antropoceen geen echte bestemming heeft? Ik ben naïef en verwijs als laatste naar de Cree-indianen. Zij stelden de huidenhandelaars teleur omdat de prijsprikkel die ze voor de Cree in gedachte hadden niet werkte. Ze besloten om de indianen een hogere prijs per huid te betalen. De Cree leverden vervolgens niet meer huiden, maar minder…[7]


[1] ‘Donuteconomie’, Amsterdam 2017. De oorspronkelijke titel is ‘Doughnut Economics’ waarbij ‘Economics’ eigenlijk zou moeten worden vertaald als ‘leer van de economie’. Een samenvatting van dit boek is geschreven door Elly Stroo Cloeck, maart 2018. Verkrijgbaar als Ebook.
[2] O.c. p. 233
[3] Rapport van het IMF uit april 2016. O.c. p. 243
[4] O.c. 247
[5] Volgens de Amerikaanse energie-econoom David Murphy. O.c. 250
[6] Onder andere Mattheus 26:61 ‘Die man heeft gezegd: “Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen weer opbouwen”
[7] O.c. p. 267